Vragen, vragen…
Door Hans Gijswijt
Nu de deconfiture van Tariq Ramadan
welhaast compleet is (drie aanklachten wegens verkrachting en hij moet zijn
proces in de gevangenis afwachten), kwam er dit weekend nog een aardige
anekdote bij. Want ‘islamgeleerde’ (ik moet altijd zo ontzettend lachen als ik
dat woord ergens lees) Ramadan blijkt hoogstwaarschijnlijk ook nog eens gelogen
te hebben over zijn academische titel. Hij blijkt helemaal geen hoogleraar
geweest te zijn aan de universiteit van Freiburg maar daar slechts een uurtje
per week ‘islamexegese’ (weer zo’n woord dat op de lachspieren werkt) gegeven
te hebben aan geïnteresseerde studenten. Met dat visitekaartje heeft hij zich
toegang tot een gerenommeerde universiteit als de EUR weten te verschaffen en
zelfs tot de gemeente Rotterdam, waar hij werkzaam was als ‘integratieadviseur’
(ik hou op met lachen nu). Al snel bleek dat hij banden onderhield met nogal
obscurantistische lieden en moest hij het veld ruimen. We spreken over 2009.
Bij zowel de gemeente als bij de universiteit leidde dit voorts tot vervelende
rechtszaken die Ramadan in beide gevallen won. Ramadan moet niet veel van
westerse democratie hebben, behalve als hij zijn recht kan halen natuurlijk.
Verder is nu het houellebecqse
samenwerkingsverband in Rotterdam tussen NIDA (eigenlijk gewoon:
Moslimbroederschap) en de PvdA, GroenLinks en de SP onder druk komen te staan
vanwege een tweet uit 2014 (die overigens nog steeds online staat) waarin NIDA
Israël en IS als vergelijkbare, illegale staten beschouwt. NIDA was overigens
ook min of meer gastheer van een Palestijnse conferentie in Rotterdam,
afgelopen zomer. Hier waren ook nogal onfrisse lieden aanwezig.
Sinds 2004, toen Cohen zijn ‘theedrinken’
muntte, lijkt er bij onze autoriteiten maar weinig animo te bestaan om de
handel en wandel van hun islamitische gesprekspartners na te gaan. ‘De boel bij
elkaar houden’ is op zich een mooi streven natuurlijk en het is logisch dat men
tracht ‘de ander’ daarbij te betrekken (anders is het wéér
eenrichtingsverkeer). Dit ideaal ontslaat je echter niet van het kritisch
kijken naar de personen met wie je dat mooie idee tot uitvoering wenst te
brengen. Waarom is onze overheid na al die jaren nog steeds niet in staat
gebleken om een normale gesprekspartner te vinden? Zijn onze bestuurders naïef
en laten ze om die reden alle scepsis varen? Of zijn er gewoonweg geen normale
gesprekspartners te vinden?
PS: net als in mijn vorige bijdrage kunnen
bovenstaande voorbeelden ook weer uitgebreid worden met bijvoorbeeld:
gesprekken met Diyanetmoskeeën, de salafistische buurtpatrouilles van van
Aartsen (nog maar een keer dan), van der Laans frauderende integratiekliek (nog
maar een keer dan) en in een verder verleden (of misschien nog steeds wel) het
subsidiëren van clubs die in naam weliswaar integratie prediken maar in de
praktijk met de rug naar onze maatschappij staan. Het houdt niet op, niet
vanzelf.
Reacties
Een reactie posten