Discriminatie, racisme, achterstelling enz.

Mijn hele leven (ik ben 73)  heb ik discriminatie meegemaakt. Tenminste, zo zouden we dat nu noemen, zelfs racisme wordt het genoemd. Ik woonde als jongetje met bovengemiddelde begaafdheid zowel in de omstreken van Den Haag (diverse keren verhuisd)  als in Zuid-Limburg. Op alle scholen werd ik gepest, ik heb op zes verschillende lagere scholen gezeten heb ik opgeteld. In Den Haag was ik de achterlijke Limburger, in Limburg de Hollandse kaaskop. Mijn zachte g leerde ik in Zuid-Holland af. Ik zag dat nog meer kinderen werden gepest, kenmerk was dat ze afweken van de normen: bekend zijn met streek en omgeving, meedoen met stoere spelletjes en niet te hoge cijfers halen in de klas, behalve voor "gymnastiek". Zo waren er "blauwen" (kinderen van Indonesische ouders), "zonderlingen", (kinderen die zich afzonderden omdat ze een beetje autistisch waren of andere interessen hadden dan stoere groepsspelletjes, waarvan "pesten van andere kinderen" er één was. Het pesten werd niet als zodanig erkend door de leerkrachten en ouders, je moest maar gerwoon meedoen en anders "terugpesten", dan werd je flink en sterk. Verder had je ook onder de volwassenen afwijkingen. Was je Surinamer, dan was dat een garantie op discriminatie, vooral als je studeerde. Toen ik 16 was, werd ik in het ziekenhuis behandeld door een Surinaamse specialist, dat was bijzonder! De discriminatie was nooit openlijk en direct, maar achter de rug en "in de volksmond". Dan waren er de NSB-ers, die werden echt met de nek aangekeken, hun leven was gewoon kapot, net als dat van veel van hun kinderen. Verder werd er hevig gediscrimineerd naar beroepsstatus. Nog toen ik studeerde (jaren zestig en zeventig) las ik als student sociologie boeken over het fenomeen "sociale stratificatie" oftewel "maatschappelijke statusverdeling", met lijsten van beroepen volgens de status die ze hadden. Zelf schreef ik mijn afstudeerscriptie over de vraag, of "het maatschappelijke midden" nu steeds meer ver-arbeiderd werd, of dat de arbeiders steeds meer de "status" aannamen van het maatschappelijke midden. De afstand tussen gestudeerden en hun assistenten met minder opleiding was enorm. Specialisten in ziekenhuizen, burgemeesters, notarissen, accountants enz. waren maatschappelijke halfgoden, en je moest wachten tot je 45-plusser was voordat je geen "kandidaat-notaris" of "assistent-accountant" meer hoefde te zijn. Bij de Staatsmijnen, waar mijn vader werkte (en ik neem aan ook bij bedrijven als Philips en andere grote bedrijven) had je een strikte scheiding tussen, arbeiders, administratief personeel en academici, zoals je dat in het leger had tussen manschappen (t/m de rang van korporaal 1ste klas), middenkader, onderofficieren, officieren en hoofd-officieren.

Dan had je nog de homoseksuelen. Daar werd überhaupt niet over gesproken, anders dan in negatieve zin. Je was "van de verkeerde kant" of "van het handje". Zo lang je niet uit de kast kwam, werd je niet gediscrimineerd, of je moest Wim Zonneveld heten, die in zijn cabaret-werk nooit iets van zijn homo-zijn besprak of bezong, maar wel heteroseksuele liedjes had zoals "zij kon het lonken niet laten" of "Margootje". Onbestaanbaar dat "hij het lonken niet kon laten" of "Gerardje".

Kortom, discriminatie alom, maar het was geen onderwerp van maatschappelijk debat. Emancipatie gebeurde eerder van bovenaf, dan van onderop. Als je je slachtoffer voelde van discriminatie, dan ging je niet met een beroep op de grondwet of zo naar de rechter, stel je voor! Je rechtte je rug en ging verder, je bevocht of je veroverde je plek, precies zoals Rutte onlangs zei tot woede van emancipatoire belangengroepen.  Zie bijvoorbeeld de prachtige film "Sonny Boy" over een Surinamer die in Nederland komt studeren en de oorlogsjaren meemaakt op een wel erg heftige manier Aan het eind van de oorlog komt hij op tragische wijze om. Als hij was blijven leven, weet ik zeker dat hij zich een respectabele positie zou hebben verworven, zoiets als de zwarte medisch specialist in Heerlen, waar ik naar school ging.

Wat er nu, vijftig jaar later zich in de maatschappij afspeelt, is een dikwijls Don Quichotte-achtig gevecht tegen discriminatie in een tijdsbestek, waarin de statusverschillen tussen beroepen en mensen überhaupt, grotendeels zijn weggevallen. Hieraan zijn debet de social media en TV, en vooral de massificatie van het hoder onderwijs. universitair onderwijs was tot de jaren zestig een privilege van de beter-gesitueerde bovenlaag (waar mijn ouders niet toe behoorden, maar de ouders van mijn meeste medestudenten wel), dat is nu totaal anders, en doctorandussen werden masters, en masters werden "gewoon". We zien daardoor jarenlang steeds maar weer, dat artsen, ministers burgemeesters enz. ook maar gewone mensen zijn met dezelfde (on)hebbelijkheden als wij.  Deze "statushouders" werken daar zelf ook hard aan mee door de "gewoonheid" die ze uit willen stralen. In deze tijd, waarin iedereen wordt geacht gewoon te zijn, zijn er echter, wat een pech, grote groepen immigranten die er tot in de jaren zestig nauwelijks waren, het land binnengekomen. Hun cultuur namen ze daarbij mee, want ze waren minder genoodzaakt om zich aan de Nederlandse samenleving aan te passen, omdat ze immers gingen wonen in buurten met honderden, duizenden land- en cultuurgenoten om zich heen, plus moderne communicatie- en vervoersmogelijkheden die het contact met het thuisland levendig hielden. Hierdoor kwam de "discriminatie" weer op gang, en, anders dan vroeger, stonden de belangenbehartigers voor hen in de rij. De meest epische botsing der meningen op dit punt onder de autochtone Nederlanders vind ik nog steeds het debat tussen Marcel van Dam en Pim Fortuyn, waarin Van Dam Fortuyn een "minderwaardig mens" noemde omdat Fortuyn het vrijelijk bloeien van de islamitische cultuur, en zich afzetten tegen de Nederlandse cultuur door de islamitische (Marokkaanse)  immigranten, een probleem vond.  De "discriminatie" is vaak wederzijds, terwijl vooral Nederlanders die "discrimineren" gebrandmerkt worden door de immigranten-belangenbehartigers. Dat gaat erg fel, tot het roepen van "fascisten" of "racisten"  toe. Vroeger was dat ondenkbaar (herinnering aan de echt fascistische en racistische oorlogsjaren!), en met terugwerkende kracht noemt bv. Gloria Wekker de discriminatie van bv. de jaren vijftig of zestig "racisme", net als de zwarte-piet-bestrijders. Als "witte" Nederlander kun je je echter bekeren tot het geloof, dat dat sinds de Tweede Wereldoorlog, ja zelfs sinds de Spaanse overheersing, altijd al zo geweest is. Veel blanke belangenbehartigers van immigranten zijn dan ook bekeerd.

In het kielzog van de zwarte en gekleurde "social justice warriors" (het is in feite een Amerikaanse beweging)  werden nu ook de feministen, HOLEBI's en de gender-twijfelachtigen (weer) wakker, en beginnen "erkenning" te eisen, o.a. met genderneutrale toiletten en het schrappen van de aanspreking "dames en heren". Mijn ouders en grootouders liggen in een deuk in hun graf. Je kunt erom lachen, maar in de VS (waar de maatschappelijke structuur, cultuur en situaties hemelsbreed verschillen van die in dit land) zijn de conflicten nog ernstiger en in onze ogen ridiculer, maar er zijn hier net als daar "witten" en "hetero's", die je aan moet pakken. In de VS bijvoorbeeld zijn relatief veel meer zwarten dan hier, die de echte discriminatie nog gevoeld hebben. Pas in de jaren zestig werd de feitelijke institutionele discriminatie daar voor heel de VS opgeheven.

De belangenbehartigers van de geïmmigreerde culturen en van de HOLEBI's c.a. zwijgen wanneer hen wordt gevraagd hoe immigranten denken, in hun cultuur, over de emancipatie van al die groepjes achtergestelden. Voor hen betekent dat cognitieve dissonantie, en het wordt vervelend als er steeds weer wordt gewezen op de "erfschuld van de witte cultuur", zowel wat de zwarten betreft als wat de moslims betreft, en steeds maar weer de holocaust "als een voetnoot" of "detail" wordt gezien en Israel beschuldigd, omdat een groot deel van de immigranten vijandig staat ten opzichte van Israel en Israel de gebeten hond is bij de VN, en niet omdat Nederland zus-of-zo'n verhouding tot Israel heeft. Zo worden uiteindelijk de rollen omgedraaid: niet de dominante, traditionele cultuur discrimineert of is "racistisch", nee, de belangenbehartigers van de geïmmigreerde culturen worden dat, alleen mag je dat van hen geen "discriminatie" noemen maar "gerechtigheid". Zelden direct of publiekelijk, (alleen Gloria Wekker, Sylvana Simons en nog enkelen doen dat, naast hun oproep tot saamhorigheid en gelijkheid van iedereen, wat nogal tegenstrijdig is) maar achter de rug, precies zoals wij autochtonen dat met afwijkelingen deden in de jaren vijftig. Publiekelijk roepen ze daarentegen, dat ze bruggen bouwen en eenheid willen, samen met alle Nederlanders, die zij zelf immers ook zijn (geworden). Hun Grote Gelijk heeft net als in de VS, op punten al geleid tot beperking van vrijheid van meningsuiting, zelfcensuur bij overheidsinstellingen, omroepen, theaters en uitgevers. Immers er zijn social media, en een bedreiging kan zomaar worden omgezet in werkelijkheid.

Reacties

Populaire posts van deze blog

De onrealistische immigratieplannen van de EU

Oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordet

Verantwoording